De mensch en de klootzak.
Mijn moeder heeft een herseninfarct en ligt in het ziekenhuis. Aan het bed komt dokter Bank, een neuroloog. Met zo’n naam zou je toch psychiater zijn. Namen en nummer hoor ik niet. Namen met beelden zijn makkelijker. De Bank!
Dokter Bank komt na een nachtwerk. Hij heeft toch tijd gekomen naar moe. Om te uitleggen wat er gebeurd is.
Ik heb eerst haar hoorapparaat ingezet. Ook heb een bril van moe opgezet. Om beter te horen. (Nog een keer): “een bril om beter te horen”. Een afasie weet dat ik dat mime belangrijk is voor het horen.
Mijn neuroloog, uit Almere, zou meer mijn afasie uitleggen over mijn ziekenbeeld. De naam weet niet en ook niet wat hij zei. Zijn ogen heb niet in de ogen gezien. Hij zoekt in zijn papieren, terwijl hij klanken maakt tegen mij . Zijn woorden hoor ik niet, wel hoor zijn lichaamtaal. Hij kom eruit omhoog uit zijn papieren en praat met Sjoukje. Hij praat over mij. Buiten komen we uit deze spreekkamer. Het woord ‘SPREEK’kamer? Buiten vraag ik Sjoukje in tranen: “Ligt dit aan mij”. “Nee schat” zegt Sjoukje, “dit is een klootzak”. Dat woordje heb wel goed gehoord. Dit was de zelfde tekst die ik hoorde in het lichaamtaal. Tegen deze arts wilde ik graag tegen kunnen zeggen, als doen kon. U weet veel van hersenen, maar u weet niet veel van mensen. In plaats van deze woorden uit mijn mond, kwam er stoom uit mijn oren. Dit is ‘kwaad zijn’ is een ziekenbeeld van afasie. Dat staat waarschijnlijk in neuroloogboeken.
Naast het bed van moe kwam dokter Bank. Moe snapt precies wat hij zegt . En ik ook! Hij vraag eerst aan moe, en daarna van ons. 1 op 1 met ogen die kijken. Applaus! Dat was en prachtige radiozender met golf van communicatie. Moe kan het ook goed: “Ga ik dood”. Dat is een goeie vraag. Met kleine pauze zegt de dokter: “We gaan allemaal dood, we doen ons best, meer kunnen we niet doen”. Deze zin heeft dokter Bank eerder gezegd. Een goeie acteur geloofd in zijn tekst. Elke dag.
Ein echt mensch.
Nog meer applaus en sta ik op voor de Bank.